Een voortdurend drama: de massamoord op 7 oktober

Let op: dit artikel bevat beschrijvingen van schokkende gebeurtenissen.

Op zondagavond 17 augustus 2025 stroomt Hostage Square in Tel Aviv vol met honderdduizenden demonstranten. In de aanwezigheid van familieleden van de momenteel vijftig nog vastgehouden gijzelaars in Gaza klinkt de roep om een onmiddellijke deal met Hamas voor hun (gefaseerde) vrijlating. De demonstratie gaat de boeken in als één van de grootste protesten in Israël sinds de massamoord op bijna 1200 Israëlische burgers en soldaten op 7 oktober 2023. De verdeeldheid in de Israëlische samenleving is groot. Daags na de bekendmaking dat de regering-Netanyahu de oorlog continueert met als doel om Gaza-Stad – het laatste bolwerk van Hamas – te bezetten en daarmee mogelijk de oorlog te beslissen, gaan vele stemmen op voor het beëindigen van de al bijna twee jaar durende oorlog. De oorlog is verwoestend, uitputtend en heeft bovendien een humanitaire crisis voor de Palestijnse burgers veroorzaakt met alle gevolgen van dien.

Ondanks dat Hamas (net als Hezbollah in Libanon) wel degelijk verzwakt is en een groot deel van de terreurinfrastructuur is verwoest door de Israel Defense Forces (IDF), houdt de terreurorganisatie Israël in een onmogelijke wurggreep. Zolang Hamas gijzelaars vasthoudt en zich ondergronds in haar labyrint van tunnels kan schuilhouden, duurt de oorlog voort, neemt wereldwijd de druk op Israël toe en raakt het land internationaal steeds verder geïsoleerd. Met de al dan niet tijdelijke inname van Gaza-Stad riskeert de IDF niet alleen de levens van de naar schatting twintig nog in leven zijnde gijzelaars, maar ook die van duizenden Palestijnse burgers. Waar de druk zeker vanuit Europa toeneemt op Israël, bijvoorbeeld door EU-lidstaten die zelfs pleiten voor een onvoorwaardelijke erkenning van een Palestijnse staat, gaat weinig aandacht uit naar de rol van Hamas of überhaupt het lot van de Israëlische gijzelaars. In dit artikel blik ik aan de hand van persoonlijke verhalen terug op de gebeurtenissen van 7 oktober en analyseer ik de impact van deze massamoord op de Israëlische samenleving als ook op de positie van de joodse staat in de wereld.

De massamoord op 7 oktober

Vijftig jaar na het begin van de Jom Kippoeroorlog (1973) vielen onder leiding van Hamas terreurgroepen uit de Gazastrook dorpen in Zuid-Israël aan in de vroege ochtend van zaterdag 7 oktober 2023, de dag dat Simchat Torah – een joodse feestdag – werd gevierd. Duizenden terroristen braken op meer dan honderd verschillende plaatsen door het grenshekwerk en richtten vervolgens in slechts een paar uur tijd een massaslachting aan onder Israëlische burgers en militairen in de nabijgelegen kibboetsiem en moshaviem, op het Nova en Psyduck Festival, en op diverse militaire faciliteiten, zoals de basis Nahal Oz en Zikim. Het leidde op deze sjabbat tot de grootste moord op joden sinds de Holocaust. Meer dan 90% van de vermoorde en gegijzelde slachtoffers waren Israëliërs, onder wie joodse Israëliers, Arabisch-Israëlische moslims en Bedoeïenen. De grootste groep buitenlandse slachtoffers kwam uit Thailand, velen van hen waren werkzaam in de agrarische sector. Qua omvang was ‘7 oktober’ vergelijkbaar met 9/11, niet eerder in de recente geschiedenis vielen volgens The Roberts Report per hoofd van de bevolking zoveel slachtoffers door een terreuraanval. Bijna iedereen in Israël kende wel iemand die slachtoffer of overlevende was van 7 oktober. Deze ene dag veranderde letterlijk de wereld en bracht onnoemelijk veel leed voort, leed dat tot op de dag van vandaag voortduurt. Naast de bijna 1200 dodelijke slachtoffers, kidnapten Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad (PIJ) maar liefst 251 burgers en militairen (van wie 41 al vermoord waren voordat hun lichamen de Gazastrook mee in werden genomen). Ook hiervoor geldt dat dit één van de grootste gijzeldrama’s is, waar nog steeds geen einde aan is gekomen.

Kaart van de Gaza-envelop met de locaties van de dodelijke slachtoffers. Bron: The Roberts Report (pg. 47).

De massamoord vond plaats in een context waar de Israëlische samenleving zeer verdeeld was sinds het aantreden van het 37ste kabinet onder leiding van Benjamin Netanyahu eind 2022. De coalitie bestaande uit de Likud en verschillende (ultra)orthodoxe en religieus-zionistische partijen geldt als het meest rechtse kabinet in de Israëlische geschiedenis. Massademonstraties tegen het voornemen van Netanyahu voor juridische hervormingen, waarmee zijn regering meer macht naar zich toe zou trekken, waren een teken aan de wand dat Israël intern verzwakt was. In juli 2023 dreigden duizenden reservisten te stoppen met hun diensten voor het leger toen de regering-Netanyahu een controversiële wet doorvoerde die een einde maakte aan het ‘redelijkheidsbeginsel’; met deze wet kan het Israëlische Hooggerechtshof niet langer besluiten van de regering blokkeren die als onredelijk worden beschouwd. De angst was dat daarmee de checks and balances langzaam zouden verdwijnen uit het Israëlische democratische bestel. Aangenomen wordt dat de grootschalige terreuraanval, die jarenlang voorbereiding kostte, vooral ook verband houdt met een mogelijke uitbreiding van de Abraham-akkoorden, waarbij een aanstaande normalisatie tussen Israël en Saoedi-Arabië een bedreiging zou vormen voor de positie van Hamas en de Palestijnse kwestie. Het pragmatische beleid van premier Netanyahu ten aanzien van Hamas, waarbij naar verluid al na de Gaza-oorlog in 2014 in het geheim grote sommen geld via Qatar naar Hamas werden gesluisd in ruil voor relatieve rust aan de grens, bleek uiteindelijk een grote misrekening. Nog voor het aantreden van zijn kabinet had Yahya Sinwar, de toenmalig leider van Hamas en architect van 7 oktober, tijdens de viering van het 35-jarig bestaan van zijn terreurbeweging al aangekondigd dat een grote confrontatie met Israël spoedig zou volgen.

Wanneer de voorbereiding op 7 oktober precies begon is niet duidelijk. Bekend is wel dat de leiders en commandanten van Hamas de exacte details tot kort voor de grootschalige terreuraanval geheim hielden. Sinds 2018 was een paramilitaire samenwerking gestart tussen Hamas, PIJ en andere terreurgroepen in Gaza (Palestinian Joint Operations Room) en volgden gezamenlijke trainingen en exercities (deels ook gedeeld via sociale media). Gedetailleerde informatie over de kibboetsiem langs de grens werd o.a. vergaard door Gazaanse seizoensarbeiders, maar ook door bijvoorbeeld het hacken van beveiligingscamera’s. Gaandeweg ving het Israëlische veiligheidsestablishment via haar inlichtingen wel steeds meer signalen op van een mogelijke grondinvasie, zoals uit het zogeheten ‘Jericho’s Walls-document’ zou blijken, maar Hamas werd door de Israëlische militaire inlichtingendienst niet capabel en in staat geacht om een dergelijk plan ten uitvoer te brengen. De terreuraanval op 7 oktober werd uiteindelijk gepleegd door 3.800 leden van de Nukhba-elitetroepen van Hamas en 2.200 leden van de overige terreurgroepen en burgers. Ongeveer duizend terroristen ondersteunden de verrassingsaanval met non-stop raketlanceringen vanuit Gaza. Veel getuigenissen van 7 oktober verwijzen ook naar het feit dat om half zeven ’s ochtends het luchtalarm afging, maar anders dan normaal voor lange tijd aanhield door de aanhoudende regen van raketten. Het was de voorbode van iets veel ergers, een massamoord die de boeken ingaat als misschien wel de zwartste dag uit de geschiedenis van Israël.

Nova Festival

Het grootste aantal slachtoffers (375 in totaal) viel op en nabij het terrein van het Nova Festival, een grote dance rave op ongeveer vijf kilometer van de grens met Gaza, vlakbij kibboets Re’im. Het festival markeerde het einde van het Loofhuttenfeest (Soekot) en ca. 3500 festivalgangers – veelal jonge mensen – waren aanwezig toen in de vroege ochtend van 7 oktober het festival en de optredens per direct beëindigd moesten worden door de enorme raketsalvo’s vanuit Gaza. Via luidsprekers kregen zij na het ‘Red Alert’ (Tseva Adom) de oproep het terrein onmiddellijk te verlaten via de verschillende nooduitgangen. Pas later dringt het besef door dat terroristen op pick-up trucks het festivalterrein hebben bestormd en het vuur met automatische wapens hebben geopend. Hamas ontdekte het festival waarschijnlijk bij toeval met drones of paragliders en zag haar kans schoon om daar een bloedbad aan te richten. Meer dan de helft van de festivalgangers werd vermoord terwijl zij wilden vluchten en vele getuigenissen beschrijven hoe Route 232 bezaaid was met talloze lichamen. Lichamen worden ook overal op het festivalterrein gevonden, in de dansruimte, de bar, de medische post, de toiletten, de parkeerplaats en in de afvalcontainers. Zelfs in verschillende schuilkelders langs de vluchtroute blijkt men niet veilig en wordt men door granaten en geweervuur getroffen. Het doel van deze aanslag was duidelijk: zoveel mogelijk dood en verderf zaaien. 43 bezoekers van het festival worden bovendien gegijzeld, van wie negen reeds vermoord waren toen zij door zowel Hamasterroristen als Gazanen in burgerkleding werden meegenomen naar Gaza.

Herdenkingsplaats op het terrein van het Nova Festival (Chaim Goldberg).

In het boek One Day in October beschrijft Daniel Sharabi hoe hij met zijn broer en vrienden in paniek rent voor zijn leven als overal om hem heen beschietingen zijn. Zijn beste vriend Yosef sneuvelt als een auto waarachter zij willen schuilen door een RPG wordt getroffen. Samen met zijn broer Neriya treft hij uiteindelijk een tank waar zij inklimmen. Ze vinden daar het lichaam van een dode soldaat, Ariel Eliyahu. Ze gaan op zoek naar wapens in de tank, maar kunnen niks vinden. Neriya bidt dan tot God en plotseling zien zij een geweerriem naast de schoen van Ariel. Met vaseline maken ze eerst het geweer van binnen schoon voordat zij deze kunnen gebruiken ter verdediging. Later vinden ze ook een machinegeweer waarmee zij de terroristen in de buurt van de tank van zich af kunnen houden en uitschakelen. Daniel informeert zijn Givati-bataljon maar dat arriveert pas enkele uren later. Ondertussen moet hij ook medische verzorging bieden voor festivalgangers die achter de tank schuilen maar gewond zijn geraakt. Zo biedt hij cruciale hulp aan een soldaat met schotwonden in zijn rug: bewust van de risico’s spalkt hij zijn rug om een dwarslaesie te voorkomen. Na 7 oktober reist Daniel met Neriya naar de Verenigde Staten en richt een non-profitorganisatie op, genaamd For the Survivors and the Wounded, om geld in te zamelen voor de overlevenden van Nova.

Bijzonder is ook het verhaal van Eran Masas, een 45-jarige veteraan uit Kiryat Ata, vlakbij Haifa. Zodra hij ’s ochtends de beelden ziet op televisie van de Hamasinfiltratie in Sderot stapt hij met zijn geweer in zijn auto en rijdt met grote snelheid zuidwaarts, nog voordat de wegen worden afgesloten door de Israëlische politie (ter voorkoming dat terroristen verder Israël binnendringen richting Tel Aviv). Eran belt met een vriend uit moshav Patish en hoort over het bloedbad op het Nova Festival. Hij rijdt naar het festivalterrein en ziet langs de weg uitgebrande auto’s en overal dode lichamen. Hamas heeft het terrein al verlaten als hij arriveert. Hij besluit dan om de lichamen van slachtoffers te verzamelen zodat zij niet alsnog gegijzeld kunnen worden door Hamas. Hij vindt uiteindelijk een tractor en een soort aanhangwagen en begint met anderen aan een urenlange operatie tot in de nacht om de lichamen op één punt te verzamelen. Sommige (verbrande en verminkte) lichamen zijn in zo’n erge staat dat hij deze nauwelijks kan optillen of verslepen. Het herinnert hem aan de Holocaust en hij maakt foto’s als bewijsmateriaal. Gelukkig vindt hij op een gegeven moment drie overlevenden, verstijfd van angst, die hadden geschuild gedurende de aanval. Eenmaal thuis is hij achteraf dankbaar dat hij iets heeft kunnen doen en actie heeft ondernomen, al had hij het liefst tegen de terroristen willen vechten en levens willen redden.

Kibboets Be’eri

Ten noorden van het terrein van het Nova Festival ligt kibboets Be’eri waar op 7 oktober net als in andere kibboetsiem een bloedbad plaatsvond. Be’eri was één van de grootste kibboetsiem langs de Gazastrook en bleef altijd trouw aan de socialistische principes van een commune met gemeenschappelijke voorzieningen en bezittingen. Tot de Tweede Intifada (2001-2005) waren veel Gazanen werkzaam in de kibboets, maar toen de overheid de helft van de werkvergunningen introk bleef de kibboets hun families financieel ondersteunen met een speciaal fonds. Hoewel de kibboetsniks streefden naar vreedzame coëxistentie, leidde dat niet tot enig mededogen. Onder de 119 slachtoffers bevonden zich 93 burgers, 18 soldaten en 8 eerstehulpverleners. Zo’n 10% van de bevolking van de kibboets overleefde de aanval niet en daarnaast gijzelden terroristen 27 inwoners, waaronder 10 vrouwen en 9 kinderen, en namen zij zes lichamen mee naar Gaza. De aanval vond plaats in drie verschillende golven van infiltranten, waarbij de laatste golf uit Palestijnse burgers bestond die deelnamen aan de plundering van de kibboets. De meer dan 300 terroristen van Hamas, PIJ en andere milities waren zeer goed bewapend en voor een deel in een IDF-uniform uitgedost om verwarring te zaaien. Het kostte ruim twee dagen voordat de IDF de kibboets kon bevrijden; al die tijd moest een deel van de inwoners in hun safe rooms blijven terwijl de gevechten doorgingen en vele huizen al verwoest en verbrand waren. Slechts een klein deel van de inwoners keerde naderhand terug naar de kibboets, vastberaden om hun gemeenschap weer op te bouwen.

Kibboets Be’eri na de aanval van 7 oktober (Reuters).

Eén van deze vastberaden kibboetsniks is de inmiddels 51-jarige boer Avida Bachar die de helft van zijn gezin verloor op 7 oktober. Op die beruchte zwarte zaterdag ziet hij ’s ochtendsvroeg in de groepsapp van de kibboets dat er een infiltratie van terroristen is en dat iedereen verzocht wordt om de deur op slot en de lichten uit te doen, en naar de safe room te gaan. Avida, zijn vrouw Dana, zoon Carmel en dochter Hadar gaan in pyjama meteen naar de schuilruimte. De berichten komen via de telefoon binnen dat de terroristen in de buurt zijn en huis voor huis afgaan. Carmel grijpt dan nog snel een mes uit de keuken. Vlak daarna vallen terroristen zijn huis binnen en voor de safe room roepen zij in het Arabisch “Iftah al bab! Iftah al bab!” (Open de deur! Open de deur!). Met zijn zoon houdt Avida de deur (die geen slot heeft) dicht, maar vervolgens doorzeven kogels de deur en raken Avida in zijn been (die later geamputeerd moet worden) en Carmel in zijn arm. Het gezin geeft niet toe als ook de woonkamer in de fik wordt gestoken om met de rookontwikkeling het gezin uit de safe room te lokken. De terroristen gooien vervolgens granaten door het raam en het gezin raakt gewond door de granaatscherven. Als vervolgens één van de terroristen de loop van zijn geweer door het gat in het raam steekt en de trekker overhaalt, wordt Dana in haar long getroffen, wat haar uiteindelijk fataal wordt. Ze bellen nog met Magen David Adom maar het mag niet meer baten. Carmel kan ondertussen nauwelijks meer ademen en wetende dat hij dit niet gaat overleven vraagt zijn vader om hem te begraven met zijn geliefde surfboard (zoals later zou geschieden). Pas twaalf uur later wordt Avida met zijn dochter Hadar door de IDF bevrijd uit zijn huis, dat dan al bijna volledig verwoest is. Een half jaar later keren ze samen terug naar Be’eri, maar het leven zal daar nooit meer hetzelfde zijn.

Veel bewoners van Be’eri raken ernstig gewond tijdens de terreuraanval en medische hulp is allerminst eenvoudig te midden van het geweld. De 22-jarige Amit Mann is een jonge eerstehulpverlener en weigert haar partner om Be’eri te verlaten als een infiltratie dreigt en de eerste schoten klinken. Ze is vastberaden om levens te redden ook al blijkt dat dit met gevaar voor eigen leven zou zijn. In de tandartskliniek verzorgt ze urenlang de gewonden ook al had ze nauwelijks de beschikking over medische hulpmiddelen. Ze krijgt assistentie van verpleegster Nirit Honvald Kornfeld en Dr. Daniel Levy. Ze is voortdurend in contact met Magen David Adom en beschrijft wat hun verwondingen zijn en hoe zij de gewonden verzorgt. Meermaals vraagt ze om ambulances maar de medische teams kunnen de kibboets niet bereiken. Ze raakt steeds meer uitgeput en zit onder het bloed, maar is naast de medische hulp zelfs in staat om via WhatsApp allemaal tips te geven aan bewoners die in hun safe room zitten en gewond zijn geraakt. Patiënten met ernstige schotwonden sterven voor haar ogen en de gang ligt vol met bebloede en gewonde kibboetsniks. Elk moment kan ook haar kliniek bestormd worden. Twee leden van het civiele beveiligingsteam bewaken de ingang maar als hun munitie opraakt worden zij gedood en betreden terroristen de kliniek en gooien granaten naar binnen. In haar laatste moment belt Amit nog met haar moeder en deelt haar mede dat ze dit niet zal overleven. Als ze met haar handen omhoog zich wil overgeven aan de terroristen wordt ze meerdere keren beschoten en sterft uiteindelijk ter plekke.

Seksueel geweld

Zowel op het Nova Festival als in kibboets Be’eri (en andere plekken in Zuid-Israël) maakten Palestijnse terroristen zich tijdens de invasie op 7 oktober op systematische wijze schuldig aan seksueel geweld, waar vooral Israëlische vrouwen het slachtoffer van werden. Ook Israëlische gijzelaars in Gaza werden (of zijn nog steeds) slachtoffer van seksueel misbruik, zo blijkt uit de verhalen van hen die reeds veilig zijn teruggekeerd in Israël. Hamas ontkent dit conflictgerelateerde seksuele geweld, maar het bewijs stapelt zich op in de onderzoeken die reeds hebben plaatsgevonden. Getuigenissen van omstanders, overlevenden en eerstehulpverleners laten zien dat op grote schaal sprake was van (groeps)verkrachting, verminking en mutilatie (o.a. van edele delen), seksuele marteling, gedwongen naaktheid en het zonder toestemming delen van seksueelgetinte beelden op social media.

Het Dinah Project, geleid door professor Ruth Halperin-Kaddari, publiceerde in juni 2025 het rapport A Quest for Justice met als doel dat het seksueel geweld van Hamas en bondgenoten als misdaad tegen de menselijkheid wordt erkend, dat de daders worden vervolgd, en dat de tactische inzet van seksueel geweld als oorlogswapen (tegen Israëlische burgers en soldaten) internationaal wordt veroordeeld en als zodanig wordt aangepakt. Van dat laatste lijkt nog nauwelijks sprake. Zo stelde de onderzoekscommissie van de Verenigde Naties (VN) in het zogeheten Patten Report van maart 2024 vast dat sprake was van een patroon waarbij op verschillende locaties op 7 oktober 2023 seksuele misdaden waren gepleegd: zo stelt het rapport dat “several fully naked or partially naked bodies from the waist down [that] were recovered – mostly women – with hands tied and shot multiple times, often in the head.” Tegelijkertijd zaaide het rapport ook enige twijfels over de bewijslast en bleef de aandacht in de VN en de internationale gemeenschap voor deze misdaden vervolgens uiterst beperkt. Een belemmering voor de bewijslast is dat de meeste slachtoffers van seksueel geweld (vaak op brute wijze) vermoord zijn en hun verhalen misschien voor altijd onbekend blijven. De titel van de documentaire Screams before Silence (2024) is daarmee veelzeggend. Op basis van de reeds openbare getuigenissen is het echter mogelijk een goed beeld te vormen van wat er is gebeurd en met welke wreedheid de misdaden zijn begaan.

In Screams before Silence vertelt Tali Biner dat toen zij op het Nova Festival in een caravan urenlang schuilde zij het geschreeuw van vrouwen om zich heen hoorde, het geschreeuw van vrouwen die door terroristen verkracht werden. Het geschreeuw hield alleen op als een schot klonk. Met eigen ogen zag ze hoe vrouwen met de benen gespreid en met de kleding van hun lichaam gerukt op de grond lagen. Ze was doodsbang dat ze zelf ook verkracht zou worden. Rami Davidian trof zo’n 30 naakte en verminkte lichamen van vrouwen aan vastgebonden aan bomen op het terrein. Voorwerpen waren in hun intieme delen gestoken. De documentaire onthult nog meer details over dit massale seksuele geweld, waarbij zelfs sprake was van onthoofding en mutilatie van lichamen (waarbij geslachtsdelen waren afgesneden of beschoten). De getuigenissen van omstanders worden ondersteund met de bevindingen van eerstehulpverleners die op verschillende locaties in Zuid-Israël de lichamen van seksueel misbruikte vrouwen en mannen aantroffen, forensisch onderzoek en bekentenissen van reeds opgepakte terroristen.

In A Quest for Justice wordt duidelijk dat terroristen van Hamas geïnstrueerd zijn om seksueel geweld als oorlogswapen te gebruiken. Tijdens de operaties in Gaza trof de IDF verschillende boeken aan – die onder Hamasterroristen waren verspreid voor de aanval van 7 oktober – met religieuze uitspraken en fatwa’s die seksueel geweld toestonden en legitimeerden als zijnde militair noodzakelijk. De onderzoekers van het Dinah Project concluderen dat gegeven de indoctrinatie voor 7 oktober terroristen van de Nukhba-eenheid wisten dat de invasie gepaard zou gaan met seksueel geweld en claimen dat daarom van een gedeelde aansprakelijkheid sprake moet zijn. De intenties waren duidelijk genocidaal van aard en de misdaden leidden onomwonden tot het dehumaniseren en terroriseren van Israëlische burgers.

Slotwoord

De impact van de invasie en terreurdaden op 7 oktober op de Israëlische samenleving is gigantisch en burgers moeten gezamenlijk een nationaal trauma verwerken. Het geloof dat Israël zich relatief goed kan verdedigen tegen terrorisme spatte uiteen op deze zwarte zaterdag waarbij de grens met Gaza vanwege Simchat Torah onderbemand was, maar ook door cruciale inschattingsfouten van het Israëlische veiligheidsapparaat. Hamas slaagde in haar missie en ontketende vervolgens een grootschalige oorlog waarbij Israël op meerdere fronten werd aangevallen door Hezbollah, Iran en de Houthi’s in Jemen. Door de destructieve oorlog in Gaza raakt de casus belli op de achtergrond en wordt Israël primair als de agressor gezien. Weinig aandacht gaat uit naar het lot van de gijzelaars en de gruwelijke misdaden die zijn begaan op 7 oktober. Demonstraties keren zich massaal tegen Israël, maar niet tegen Hamas. Mondiaal brokkelt de steun voor Israël af en dat brengt de joodse staat in een gevaarlijke positie, waar toenemend antisemitisme het voor joden in de diaspora ook steeds moeilijker maakt. De druk om een slechte deal met Hamas te accepteren, waarbij slechts stapsgewijs gijzelaars vrij zullen komen in ruil voor terugtrekking van de IDF uit Gaza zonder dat Hamas zich zou moeten ontwapenen, neemt toe – ook vanuit de eigen bevolking. Het alternatief, een voortzetting van de militaire operatie in Gaza-Stad, geeft ook geen garantie voor een definitief einde van deze oorlog. Een militaire overwinning op Hamas betekent niet automatisch dat haar extreme ideologie ook verdwijnt en er geen nieuwe terreurorganisatie de macht grijpt in Gaza. Zo blijft de toekomst nog allerminst onzeker en lijkt een vreedzame oplossing verder weg dan ooit.

Bronvermelding

Amir Tibon, The Gates of Gaza. A story of betrayal, survival and hope in Israel’s borderlands (New York, 2024).

Andrew Roberts (red.), 7 October Parliamentary Commission Report (2025): https://www.7octparliamentarycommission.co.uk/s/7-October-Parliamentary-Commission-Report-The-Roberts-Report-ajya.pdf (geraadpleegd op 27-8-2025).

Ariela Karmel en Nava Freiberg, ‘Hundreds of thousands demonstrate in Tel Aviv at the end of nationwide day of hostage protests’, Times of Israel, 20-8-2025: https://www.timesofisrael.com/hundreds-of-thousands-gather-in-tel-aviv-to-mark-end-of-nationwide-day-of-hostage-protests/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

Begin-Sadat Center for Strategic Studies, ‘Debunking the genocide allegations: A Reexamination of the Israel-Hamas War (2023-2025). Executive Summary’, Mideast Security and Policy Studies No. 213 (2025) 1-20. Online toegankelijk via: https://besacenter.org/wp-content/uploads/2025/07/213-Executive-summary4.pdf (geraadpleegd op 27-8-2025).

Documentaire ‘Israel: The Hostages – October 7th and its Aftermath’ (episode 2): https://www.youtube.com/watch?v=CwL58hrTFps (geraadpleegd op 27-8-2025).

Emanuel Fabian, ‘The intel on Hamas attack plan was there, but IDF simply refused to believe it, probe finds’, Times of Israel, 27-2-2025: https://www.timesofisrael.com/the-intel-on-hamas-attack-plan-was-there-but-idf-simply-refused-to-believe-it-probe-finds/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

Kastina Communications, Screams Before Silence (2024): https://www.screamsbeforesilence.com/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

October7.org, ‘Eyewitness stories from inside the massacre’: https://www.october7.org/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

PBS NewsHour, ‘Kibbutz Be’eri remains frozen in horror a year after Hamas attack’: https://www.youtube.com/watch?v=VKvwPrVI06A (geraadpleegd op 27-8-2025). In deze reportage wordt het verhaal van de familie Bachar verteld.

Ronny Reyes, ‘Hamas spent 7 years collecting intel on security cameras, guards and even a kindergarten in Israeli communities massacred on Oct. 7: report’, New York Post, 30-12-2024: https://nypost.com/2024/12/30/world-news/hamas-built-intel-on-israeli-border-town-for-7-years-before-oct-7-terrorist-attack-report/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

Ruth Halperin-Kaddari, Nava Ben-Or en Sharon Zaggagi-Pinhas (red.), The Dinah Project: A Quest for Justice. October 7 and Beyond (2025): https://thedinahproject.org/wp-content/uploads/2025/07/The-Dinah-Project-full-report-A4-pages_web-2.pdf (geraadpleegd op 27-8-2025).

Tamar Herzig, ‘Ignoring the Sexual Violence of October 7 Endangers All Women’ (2023): https://english.tau.ac.il/news/Ignoring_Women_of_Israel (geraadpleegd op 27-8-2025).

TOI Staff, ‘Netanyahu’s close associate reportedly aided transfer of Qatari funds to Gaza’, Times of Israel, 30-3-2025: https://www.timesofisrael.com/netanyahus-close-associate-reportedly-aided-transfer-of-qatari-funds-to-gaza/ (geraadpleegd op 27-8-2025).

United Nations Commission of Inquiry, ‘Mission report Official visit of the Office of the SRSG-SVC to Israel and the occupied West Bank, 29 January – 14 February 2024’ (2024): https://www.un.org/sexualviolenceinconflict/wp-content/uploads/2024/03/report/mission-report-official-visit-of-the-office-of-the-srsg-svc-to-israel-and-the-occupied-west-bank-29-january-14-february-2024/20240304-Israel-oWB-CRSV-report.pdf (geraadpleegd op 27-8-2025).

Yair Agmon en Oriya Mevorach (red.), One Day in October. Forty Heroes, Forty Stories (Jeruzalem, 2024).

In de voetsporen van een kruisvaarder

Een kruisvaarder in de stamboom

Elk jaar maken mijn brugklassers bij het vak Geschiedenis een stamboom en doen zij onderzoek naar hun eigen familiegeschiedenis. Mijn vader, Gerrit van der Beek, heeft hier een levensproject van gemaakt en nam mij al op jonge leeftijd mee naar archieven om gegevens te verzamelen over onze voorouders. Op een dag had mijn vader ontdekt dat we van Karel de Grote afstamden. Wel bekend is dat hij op 25 december 800 door Paus Leo III tot keizer van het Frankische Rijk werd gekroond en het christendom heeft verspreid over West-Europa. Zelden heb ik de lijn naar Karel de Grote in detail bestudeerd, maar toen ik onlangs de vele generaties eens nauwkeurig langsliep viel mijn oog op een voorouder genaamd Jacob, Heer van Avesnes, Condé en Leuze (~1150-1191). Het opvallende aan Jacques d’Avesnes (zijn Franse naam) was dat hij in Palestina was gestorven in de Slag bij Arsoef tijdens de Derde Kruistocht. Dit maakte mij nieuwsgierig om uit te zoeken wie hij was en hoe hij in deze kruistocht verzeild was geraakt.

Wie was Jacques d’Avesnes?

Kaart van graafschap Henegouwen

Het is onbekend wanneer Jacques d’Avesnes precies geboren is, het moet zo omstreeks 1150 geweest zijn. Als zoon van Nikolaas en Mathilde van Laroche groeide hij op in een adellijke familie uit het graafschap Henegouwen. Toen zijn vader Nikolaas in 1170 stierf erfde de jonge Jacques zijn Henegouwse bezittingen, te weten gebieden rondom Avesnes (plaatsje in Noord-Frankrijk), Condé en Leuzen. Op ongeveer 30-jarige leeftijd trad hij in het huwelijk met Adela van Guise. Jacques en Adela kregen samen acht kinderen, onder wie Buchard (1182-1244), de stamvader van de Henegouwse graven van het huis van Avesnes.

Jacques stond in tegenstelling tot zijn rustige en bedachtzame vader bekend als temperamentvol en kwam voortdurend in conflict met zijn leenheren Boudewijn V en Filips van de Elzas. Eén van de conflicten bereikte zijn hoogtepunt tijdens een volkoproer in Condé in 1174. Wat was er aan de hand? Robertus van Dover, bisschop van Kamerijk en Atrecht, was op weg naar de burcht van Jacques, heer van Avesnes, toen hij door handlangers van de vazal werd overvallen en vermoord. De bisschop had weliswaar een vrijgeleide gekregen van de Henegouwse graaf Boudewijn V om naar Condé af te reizen omdat hij een einde wilde maken aan de toe-eigening van kerkelijk bezit door Jacques. Als straf stak Boudewijn, in wiens rechtsgebied de misdaad had plaatsgevonden, het dorp Condé in brand en nam het plaatselijke kasteel in. Daarnaast raakte Jacques Guise en al zijn Vermandese gebieden kwijt aan de Vlaamse graaf Filips van Elzas. Het was dat Jacques gelukkig op de steun van Hendrik, aartsbisschop van Reims, kon rekenen, zodat hij zich met Kerstmis onder ede van de moord kon zuiveren aan de hoven van Boudewijn en Filips. Daarop kreeg hij zijn ingenomen burchten ook weer in bezit.

Op weg naar het Heilige Land

Terwijl de conflicten over betwiste gebieden in Henegouwen geregeld bleven oplaaien, bereikte West-Europa het nieuws dat Jeruzalem in 1187 door Saladin was veroverd. Latijnse christenen moesten losgeld betalen aan de moslims om als vrije mensen de stad veilig te kunnen verlaten. Duizenden Jeruzalemmers die dit geld niet konden ophoesten werden als slaaf weggevoerd of verdwenen in een harem, aldus Simon Sebag Montefiore in zijn biografie over de stad Jeruzalem. De verovering en expulsie zorgden voor afschuw in christelijk Europa en leidden tot de Derde Kruistocht.

In navolging van de Engelse en Franse koningen Richard Leeuwenhart en Filips II Augustus begaf Jacques d’Avesnes zich in de zomer van 1189 als aanvoerder van een Vlaams-Henegouwse troepenmacht naar het Heilige Land. De reis verliep zuidwaarts over land naar het koninkrijk Sicilië, van waar Jacques en zijn troepen per schip de Middellandse Zee overstaken naar Akko. Begin september kwamen zij aan in de havenstad, kort nadat het beleg van de kruisvaarders was begonnen. Jacques bouwde zijn kamp volgens de kronieken van Richard de Templo recht tegenover de ‘vervloekte’ (Maledicta) toren van Akko, tussen de legers van de landgraaf van Thüringen en de Templiers (zie kaart) in.

Op 4 oktober 1189 rukten de troepen van Saladin op naar de oostzijde van de stadsmuur van Akko waar de kruisvaarders gelegerd waren. Zij wisten deze plotselinge aanval af te slaan. Bij C en D staan de troepen van de landgraaf van Thüringen en de Tempeliers vermeld, bij wie Jacques d’Avesnes zich met zijn Vlaams-Henegouwse soldaten reeds had gevoegd.

Het beleg van Akko en de Slag bij Arsoef

Jacques d’Avesnes heeft naar verluid verdienstelijk bijgedragen aan de herovering van Akko en de kuststrook op de moslims. Voor de komst van Hendrik van Champagne (juli 1190) deelde hij het opperbevel voor de belegering van Akko met de landgraaf van Thüringen. Ambroise van Normandië vergeleek Jacques eind twaalfde eeuw in zijn 12.313 verzen tellend epos L’Estoire de la Guerre sainte met illustere namen uit de Klassieke Oudheid:

C’etait Jacques d’Avesnes, le Flamand: je ne crois pas qu’Alexandre, Hector ni Achille aient été meilleurs chevaliers et plus vaillants que lui; c’était Jacques, qui avait vendu, engagé et dépensé ses terres et ses héritages pour mettre, en homme sage, son coeur, son corps et son âme au service de Celui qui mourut et ressuscita.” (in vertaling: “Het was Jacques d’Avesnes, de Vlaming: ik geloof niet dat Alexander, Hector of Achilles betere ridders en dapperder waren dan hij; het was Jacques, die zijn land en erfenissen had verkocht, verpacht en uitgegeven om, als een wijs man, zijn hart, lichaam en ziel in dienst te stellen van Hem die stierf en weer opstond.”)

Ambroise roemde hem hier om zijn kwaliteiten als ridder, maar zeker ook om zijn opofferingen; hij had zijn land en erfenissen verkocht om zich met hart, lichaam en ziel in dienst te stellen van Jezus Christus en het christelijk geloof,

Kaart van Nabije Oosten tijdens de Derde Kruistocht

Na een bijna twee jaar lang durend beleg kon de gouverneur van de stad het niet langer volhouden en gaf zich over aan de kruisvaarders. Saladin beloofde de teruggave van het Ware Kruis als ook de vrijlating van 1500 gevangen. De capitulatie verliep niet bepaald vreedzaam. Volgens de middeleeuwse historicus Ali Ibn al-Athir diende Saladin ook 200.000 dinar te betalen, maar daartoe was de sultan niet bereid. Op 20 augustus 1191 verzamelde Richard Leeuwenhart daarop bijna 3000 moslimgevangenen buiten de muren van de stad en liet hen onder toeziend oog van Saladins leger afslachten.

Vervolgens vergezelde Jacques Richard Leeuwenhart in zijn opmars langs de kust richting Jaffa. Op 7 september 1191 stuitten de kruisvaarders bij de stad Arsoef op Saladins leger, die daar een blokkade had opgeworpen. De infanterie van Leeuwenhart was opeengepakt en moest de charges van Saladins ruiters en boogschutters eerst weerstaan, voordat zij de gevechtskracht van hun ridders konden inzetten. Het was tijdens deze slag dat Jacques sneuvelde. Een overtal van Turken stootte hem van zijn paard, maar voordat hij zijn laatste adem uitblies – als we Ambroise en De Templo mogen geloven* – doodde hij nog vijftien Turken met zijn zwaard getuige de vele lijken die naast zijn lichaam werden aangetroffen. De dood van de heer van Avesnes maakte diepe indruk op de soldaten. Een groot kruisvaarder was immers heengegaan. Na de slag zetten de Hospitaliers en ridders van de tempel alles op alles om zijn lichaam terug te vinden, hetgeen lukte na lang zoekwerk. Alleen na het wassen van zijn verwonde en bebloede gezicht was Jacques herkenbaar voor hen. Leeuwenhart en Guy van Lusignan, de koning van de kruisvaarderstaat Jeruzalem, bewezen hem zijn laatste eer op zijn begrafenis.

De Derde Kruistocht liep voor de kruisvaarders uiteindelijk met een sisser af; het ultieme doel, de herovering van Jeruzalem, mislukte. Door interne verdeeldheid was Leeuwenhart genoodzaakt om met Saladin te onderhandelen over vrede en een wapenstilstand. Jeruzalem lag bijna binnen zijn handbereik, maar bleef in handen van de moslims. Wel was de stad voortaan weer toegankelijk voor pelgrims, al brak spoedig een nieuwe kruistocht aan. Het huis van Avesnes zou in de dertiende en veertiende eeuw zijn invloed nog verder uitbreiden. De kleinzoon van Jacques, Jan I van Avesnes, was graaf van Henegouwen en getrouwd met Aleida, de dochter van graaf Floris IV van Holland en Zeeland.** Hun zoon Gwijde van Avesnes was bisschop van Utrecht en kende in deze functie stadsrechten aan Amsterdam toe. Waar het mij onbekend is waar Jacques precies is begraven (vermoedelijk in of nabij Arsoef), kreeg Gwijde een waar praalgraf in de Dom van Utrecht.

* Vermoedelijk was Ambroise een clericus die als kroniekschrijver met Richard Leeuwenhart meeging op kruistocht. Ambroise was zeker niet onpartijdig en het ligt voor de hand dat de daden van Leeuwenhart en zijn bondgenoten werden verheerlijkt. De Templo gebruikte het werk van Ambroise als primaire bron voor zijn relaas over de derde kruistocht. De passages over Jacques d’Avesnes komen met elkaar overeen.

** De overgrootvader van Aleida, graaf Floris III van Holland, nam ook deel aan de Derde Kruistocht en stierf op 1 augustus 1190 aan de pest. Hij werd begraven in de Petruskerk van Antiochië (Turkije).

Bronvermelding

Nationaal Biografisch Woordenboek, ‘Jacob, heer van Avesnes’ door Hans van Werveke. Toegankelijk via: http://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nbwv/#source=6&page=249&view=imagePane&accessor=accessor_index (23-12-2020).

Ambroise van Normandië, L’Estoire de la Guerre sainte: histoire en vers de la troisième croisade (1190-1192) (ca. 1195) pg. 365. Toegankelijk via: https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k6517331f/f315.image.r=jacques (23-12-2020).

Richard de Templo, Itinerarium Regis Ricardi (ca. 1220) pg. 43-4 en 185-6, vertaald als Richard of Holy Trinity. Itinerary of Richard I and others to the Holy Land (Cambridge, 2001) door een anonieme schrijver. Toegankelijk via: http://www.yorku.ca/inpar/richard_of_holy_trinity.pdf (23-12-2020).

Simon Sebag Montefiore, Jeruzalem. De biografie (Amsterdam, 2001). Vertaald door Henk Moerdijk, George Pape en Mieke Hulsbosch.

Honoring a Fallen Knight: https://www.youtube.com/watch?v=ckRkLfwOMss (23-12-2020).

Verwantschap met Jacques d’Avesnes en Karel de Grote (kwartierstaat van Rebecca van Balen): https://genealogie-van-der-beek.jouwweb.nl/van-rebecca-van-balen-nr-193-naar-karel-de-grote (23-12-2020).

Sanne Frequin, ‘Waarom moet je nooit zomaar langs een Middeleeuwse graftombe lopen?’. College over graf van Gwijde van Avesnes toegankelijk via: https://youtu.be/TMqkkxg9AEs (23-12-2020).