Samen met Marcel Meijers, docent Levensbeschouwing, ben ik vorig jaar een onderwijsproject – genaamd ‘Meer dan overleven alleen’ – gestart over Theresienstadt. We ontwikkelen in dit project lesmateriaal voor Holocausteducatie. Deze bijdrage gaat over het belang van kunst voor (joodse) kinderen die naar dit ‘modelkamp’ van de Nazi’s waren gedeporteerd tijdens de Holocaust.
Inleiding
“If we want to look at children’s drawing with pleasure and profit, we must first silence our wishes and requirements about form and content and gratefully take what they have to offer… The aim is the maximum freedom of the child, their free choice of expression according to their mood… Everything must be left to the child. At most they should be given a subject, an impulse.” – Friedl Dicker-Brandeis, 1943

Als geen ander besefte Friedl Dicker-Brandeis (1898-1944) dat kinderen een grenzeloze verbeelding hebben en zoveel mogelijk vrijheid moeten genieten in hun creaties. Dicker-Brandeis was een buitengewoon getalenteerde avant garde-schilder*, maar ze had als kunstdocent in Theresienstadt zeker niet de pretentie om kinderen tot professionals op te leiden. Haar kracht was juist dat zij haar leerlingen hun eigen fantasie en verbeelding liet volgen. Op die manier konden kinderen voor even ontsnappen aan de dagelijkse realiteit van dood en verderf, honger en onderdrukking. Slechts 10% van de circa 15.000 kinderen in Theresienstadt overleefde de Holocaust.
Waar volwassenen kunstenaars in het geheim nauwkeurig de misère in het getto vastlegden, leerden de jonge leerlingen van Dicker-Brandeis juist hun eigen gedachten, verlangens en angsten op creatieve wijze te verbeelden. Enkele duizenden tekeningen, schilderingen en collages verstopte deze uiterst bevlogen docent in twee koffers in één van de kinderslaapbarakken voordat zij op 6 oktober 1944 naar Auschwitz werd gedeporteerd. Zij zou daar kort na aankomst samen met een groep leerlingen vergast worden. De kunstwerken overleefden de Holocaust en geven ons inzicht in de denkwereld van de kinderen. In deze blog laat ik aan de hand van enkele tekeningen en schilderingen zien hoe kinderen uitdrukking gaven aan hun gevoelens en emoties en welke persoonlijke waarde kunst voor hen had in een tijd van gevangenschap, onzekerheid en vervolging.
Het leven van kinderen in Theresienstadt
Net als volwassen gevangen werden kinderen aan de erbarmelijke omstandigheden in het spoedig overvolle getto blootgesteld. Bij aankomst zagen zij hoe mannen en vrouwen in aparte barakken werden ondergebracht. Kinderen tot 12 jaar mochten bij hun moeder blijven, alleen voor de kleuters was er een apart verblijf. Kinderen van 14 jaar en ouder moesten dezelfde gedwongen arbeid verrichten als volwassenen. Van een onbezorgde jeugd was zo allerminst sprake. Oudere bewoners van Theresienstadt deden desondanks hun best om kinderen zoveel mogelijk te helpen. Ze kregen vaak net iets meer eten toegestopt, al was dit nog steeds onvoldoende om de voortdurende honger te stillen. Ziektes als mazelen, roodvonk, tyfus en diverse huidaandoeningen teisterden de kindertehuizen; “het hele oord was één epidemie,” aldus Tomas Brod. Zowel ouderen als jongeren bezweken aan honger en ziekte, geregeld werden lichamen in kisten afgevoerd naar de begraafplaats (mede vanwege het hoge sterftecijfer kwam er al snel een crematorium). Kinderen waren eveneens getuige (en slachtoffer) van de vele vernederingen, lichamelijke straffen en deportaties – het transport (naar het oosten) vormde veruit hun grootste angst.
Niet wetende wat de toekomst zou brengen, zorgde men er in Theresienstadt toch voor dat kinderen konden spelen en onderwijs volgen. Onderwijs was formeel niet toegestaan door de SS in Theresienstadt, maar een breed scala aan culturele activiteiten werd toch gedoogd en soms zelfs gestimuleerd omdat dit paste binnen de Nazi-propaganda.** Dicker-Brandeis verzorgde al kort na haar aankomst in december 1942 haar eerste kunstlessen in de kinderbarakken L410 (meisjes) en L417 (jongens) en gebruikte – gezien de schaarste – elk mogelijk materiaal dat voorhanden was. Meisjes spendeerden hun tijd ook aan japonnen naaien, poppen maken en lezen. Onder de jongens was voetbal in de vrije tijd het meest populair. Het feit dat er verschillende nationaliteiten in het getto aanwezig waren zorgde ook voor enige rivaliteit, zeker tussen de Tsjechische en Duitse jongens. Het lastigste was misschien wel de situatie voor wezen en kinderen van gemengde komaf. Ze waren op zichzelf aangewezen en diegenen die uit protestantse of katholieke gezinnen waren weggehaald wisten soms pas bij aankomst dat ze joods waren. Kinderen die religieus joods waren opgevoed en de tijd vonden om te bidden werden daar niet raar op aangekeken. Van verdraagzaamheid was wel degelijk sprake ondanks de vele onderlinge verschillen.
Voorbeelden van kinderkunst
Helga Pollak-Kinsky (1930-2020) was één van de weinige leerlingen van Dicker-Brandeis die de Holocaust overleefde. Zij had warme herinneringen aan haar kunstlessen en wist nog goed hoe zij in het midden van de kamer een tafel vol potloden, verfkwasten en – kleuren en papier had. Ze bracht kunstboeken, bloemen, ansichtkaarten of andere items mee naar de lessen. Het ging haar niet om de kwaliteit, maar de ontwikkeling en het plezier van het kind. Pollak zei: “There was something about her way of teaching that made us feel, for the moment, free of care. She somehow managed to awaken in us a positive attitude about our situation, about living in Theresienstadt.”
Dicker-Brandeis moedigde leerlingen aan om hun verbeelding te gebruiken en te denken aan de plaats waar ze graag zouden willen zijn of iets waar zij vurig op hoopten. In de kunstwerkjes die bewaard zijn gebleven zien we dan ook terugkerende thema’s, zoals de natuur, familie en thuis, voedsel en vrijheid. Vlinders en vogels staan symbool voor het verlangen naar vrijheid, feestmaaltijden zoals bij Pesach voor het gebrek aan voedsel en de honger in Theresienstadt. Ruth Gutmannová schilderde een rijk onderwaterleven met visjes, kwallen, zeesterren en andere zeediertjes. Links onderin lijkt iemand in donkerzwart geschilderd te zwemmen; misschien beeldde zij in dat ze op vakantie aan het diepzeeduiken was. De donkerzwarte gedaante steekt sterk af bij de lichte en warme kleuren van de zeediertjes. Was dit misschien het contrast tussen de realiteit en haar fantasie?
Even fantasierijk is het maanlandschap van Petr Ginz. Op zijn tekening zien we het uitzicht vanaf de maan op de verlichte Aarde. Het maanlandschap kenmerkt zich door spitse donkere rotsen, die een onheilspellend sfeer weergeven en mogelijk angst uitdrukken. Angst voor wat gaande was in de wereld. Reizen naar de maan was ongetwijfeld een droom van de jonge Petr, maar zou als het ware ook een veilige afstand bieden tot de gevaren en ellende waaraan hij zo jong werd blootgesteld. Als eerbetoon aan hem nam de Israëlische astronaut Ilan Ramon een kopie van deze tekening mee op zijn helaas fatale ruimtetocht met de Columbus in 2003.
Een sterk verlangen naar een betere wereld zien we ook terug in het kasteel dat Dorit Weiserová tekende. Haar tekening valt op door de warme, zachte kleuren. Achter de oranjegekleurde bergen komt de zon op en tussen de bloemen en naast de boom staan een meisje en een vrouw met open armen, misschien moeder en dochter? Positieve gedachten zijn uitgedrukt in dit werk, als ook een sterk verlangen: dromen van vrijheid en een leven zonder zorgen. Het maken van zulk werk kon weer een sprankje hoop bieden of je voor even weer opgewekt laten voelen.
Dit neemt niet weg dat kinderen zich niet bewust waren van de misstanden en het onrecht dat hen werd aangegaan. Sommigen zagen het ook als hun taak om vast te leggen wat er werkelijk in Theresienstadt gebeurde, als zijnde bewijs voor later. “Teken was je ziet” was de opdracht die Helga Weissová van haar vader kreeg. Ze maakte gedurende haar gevangenschap maar liefst honderd tekeningen. Voorafgaand aan het bezoek van de Rode Kruis Commissie in juni 1944 werd Theresienstadt verfraaid om de indruk te wekken dat alles pais en vree was. Tijdens de ‘Verschönerung’ werden in sneltreinvaart straten schoongemaakt, huizen geschilderd en de barakken opgeknapt. Treffend is hoe Helga in haar tekening laat zien hoe de bovenste etages van de stapelbedden, die gevangenen doorgaans met zijn zessen deelden (goed te zien aan de nummers 23 en 24), worden gezaagd door de gevangenen zelf. Ironisch is dat zij moesten meehelpen aan de illusie van Theresienstadt als stad waarin het voor joden prima vertoeven was. De gevangenen zijn als schimmen zonder echte gezichtskenmerken getekend, waarmee hun identiteit wordt gereduceerd tot een Jodenster en/of een nummer van hun spaarzame bezittingen.




Conclusie
De verscheidenheid in de kinderkunst van Theresienstadt is erg groot en getuigt van een haast ondenkbare creativiteit en verbeeldingskracht te midden van een periode vol wanhoop en onzekerheid. De kunst hielp kinderen om zich voor even weer kind te kunnen voelen, maar zeker ook te leren omgaan met hun emoties. Deze omgang kan je misschien afleiden uit de tekeningen, al moet je met interpretaties op dit vlak ook voorzichtig zijn. Niettemin konden kinderen met hun gedachten even afdwalen en vluchten uit het kampleven en verlangen naar een andere wereld uit hun eigen fantasie of die zij nog kenden van vroeger. Kunst had een therapeutische werking: het hielp kinderen op de been te blijven, ook al was hun lot en dat van hun familie hoogst onzeker, en gaf hun reden om zich trots te voelen op het werk dat zij hadden gemaakt. Door hun creaties behielden zij ook een stukje eigenwaarde en identiteit van wie zij waren, iets wat de Nazi’s juist van hen wilden afpakken.
* De term ‘avant garde’ betekent letterlijk ‘voorhoede’ en verwijst hier naar vernieuwende kunststromingen van eind 19de, begin 20ste eeuw, zoals het impressionisme, het kubisme en het expressionisme. Dicker-Brandeis volgde haar kunstopleiding aan het vooruitstrevende Bauhaus in Weimar en haar schilderwerk (veelal met water-, pastel- en olieverf) en pedagogiek werden daar gevormd.
** Theresienstadt moest de illusie in stand houden dat de joden het goed hadden in de werk- en concentratiekampen. In februari 1944 begon de productie van een propagandafilm over Theresienstadt onder leiding van Kurt Gerron, getiteld The Führer gives the Jews a Town: https://www.youtube.com/watch?v=qEQPjvDXeZY&
Bronnen
George E. Berkley, Theresienstadt. De geschiedenis van het ‘modelkamp’ van de Nazi’s (Baarn en Antwerpen, 1995). Vertaald door Chris Mouwen.
Anne D. Dutlinger et alii (red.), Art, Music and Education as Strategies for Survival: Theresienstadt, 1941-1945 (New York en Londen, 2001).
Herman Vandormael, Kinderen van Theresienstadt. De laatste overlevenden van het concentratiekamp getuigen (Tielt, 2012).
Joods Museum in Praag, ‘Children’s Drawings from the Terezín Ghetto’ https://www.jewishmuseum.cz/en/collection-research/collections-funds/visual-arts/children-s-drawings-from-the-terezin-ghetto/
Karlin Lojo, ‘Moon Landscape – Petr Ginz and an Astronauts Legacy’ https://www.czechcenter.org/blog/space/mission/moon-landscape
Museum of Jewish Heritage in New York, ‘Artwork: Child’s Drawing of Terezín Bunks’ https://education.mjhnyc.org/artifacts/helga-weissova-urezavani-kavalcu-pred-prijezd-komise-cerveneho-krize-cutting-down-of-bunkbeds-before-visit-from-the-red-cross-commission-1944/
Yad Vashem, ‘Coping through Art – Friedl Dicker-Brandeis and the children of Theresienstadt’ https://www.yadvashem.org/articles/general/coping-through-art-brandeis-theresienstadt.html
Frances Gaezer Grossman, ‘The Art of the Children of Terezin. A Psychological Study’, Holocaust and Genocide Studies 4:2 (1989) 213-29.
Ellen Handler Spitz, ‘Friedl Dicker-Brandeis and Her Work in Terezín: Children, Art, and Hope’, The Journal of Aesthetic Education 46:2 (2012) 1-13.
